Aedes Antenne factsheet

April 2016 Corporaties en antenne-installaties van radiozendamateurs .
Soms vindt een huurder het aantrekkelijk om zelf te experimenteren met radiogolven.
Maar moet een corporatie dan toestaan dat hij een metershoge antenne-installatie op of bij de woning plaatst?
Sinds de komst van mobiele telefonie en internet neemt het aantal zendamateurs af en zijn corporatiemedewerkers daar- door vaak onbekend met zulke verzoeken om een antenne- installatie te plaatsen.
Dit factsheet beschrijft de uitgangspunten voor een gedegen corporatiebesluit. Juridische status van radiozendamateurisme
Het radiozendamateurisme is meer dan een hobby.
In de communicatiekringen van regelgeving voor frequentiegebruik en toedeling van frequentieruimte hanteert men de term “amateurdienst”: “ Een radiodienst van zelfontwikkeling, onderlinge radiogemeenschap en technische onderzoekingen, uitgeoefend door radioamateurs, dat wil zeggen door bevoegde personen, die zijn geïnteresseerd in de radiotechniek, uitsluitend met een persoonlijk oogmerk en zonder geldelijke interesse”. ¹
De definitie heeft het over bevoegde personen.
Dat houdt in dat ieder land moet zorgen voor een adequaat systeem van oplei- den en examineren van personen die radiozendamateur willen worden.
In Nederland realiseert het Agentschap Telecom dit in samenwerking met de radioamateurverenigingen.
Het gebruik van de frequentieruimte valt onder het recht van vrije meningsuiting dat is vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (artikel 10 EVRM).
Het recht op de vrijheid van meningsuiting kan beperkt worden door een afweging met de belangen van omwonenden.
Hoe hoger, hoe beter? Om aan het radioverkeer te kunnen deelnemen heeft een radio- zendamateur antennes nodig.
Die werken het beste als ze hoog en vrij van obstakels worden opgesteld.
Hoge antennes hebben een beter ontvangst-en zendbereik en pikken bovendien minder storing op van lokale stoorbronnen zoals elektronische apparaten zoals computers.
Een radiozendamateur zal daarom vrijwel altijd streven naar zo hoog mogelijk geplaatste antennes.
Maar natuurlijk kan dat niet onbegrensd.
Vergunningsvrij tot 5 meter hoogte binnen het omgevingsrecht zijn, kort gezegd, antenne- installaties tot een maximum van 5 meter hoogte (boven de grond of boven het dak) vergunningsvrij ² Dat geldt alleen niet voor antenne-installaties bij monumenten of in beschermde stads en dorpsgezichten of illegaal gebruik en bij, op of aan illegale bouwwerken.
Dat betekent dat veel woningbezittende radiozendamateurs hun antennes gewoon op hun dak kunnen plaatsen! Maar 5 meter boven het dak is niet erg hoog.
Zeker als er in de omgeving veel hoge bomen of hoge gebouwen staan zal dat het bereik van de antennes negatief beïnvloeden.
Om die reden zal de serieuze radiozendamateur de plaatsing van een mast overwegen. Voor een modale mast van 18 á 20 meter hoogte is uiteraard wel een omgevingsvergunning van de gemeente nodig. Daartoe moet de zendamateur een aanvraag indienen.
De gemeente bekijkt onder andere of de aanvraag past binnen de regels van het bestemmingsplan en voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Soms is het plaatsen van een 5 meter hoge antenne-installatie op een dak iets wat de radiozendamateur zelf ook niet al te fraai vindt. En zijn omgeving al helemaal niet.
In dergelijke gevallen kan een mast in de achtertuin een passende oplossing zijn.
Want hoewel de mast hoger is dan een installatie van 5 meter op het dak, heeft de mast een geringere visuele impact op de omgeving omdat hij in de achtertuin staat of hoog op het dak staat.
Toestemming van de corporatie Voor huurders liggen de zaken wat gecompliceerder.
Want ook al is de antenne installatie voor het omgevingsrecht vergunningsvrij toch zal ook de woningeigenaar of de corporatie toe- stemming moeten verlenen voor het plaatsen van de antenne- installatie.
Hulp bij antenneplaatsing: AEDES Antenne Factsheet Het Bureau Ondersteuning Antenneplaatsing Nederland(BOAN), een onderdeel van DKARS, heeft een belangrijk succes geboekt.
Na de Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft nu ook vereniging van woningcorporaties, AEDES
Het AEDES Antenne Factsheet is daarmee voor elke woningbouw vereniging online toegankelijk .
De praktijk wijst uit dat er grote verschillen bestaan tussen het beleid van woningcorporaties.
Sommige zijn heel tolerant ten aanzien van plaatsing van antennes aan en op de woning, terwijl andere corporaties niet willen dat de buitenmuur wordt aange- tast.
Natuurlijk mag een corporatie bepaalde regels stellen aan het gebruik van de huurwoning, maar deze regels mogen het plaatsen van antennes niet geheel onmogelijk maken.
Dan ontstaat er strijdigheid met het eerder genoemde EVRM en zal de corporatie, als het tot een gerechtelijke procedure komt, door de rechter worden gecorrigeerd.
Antenne-installatie plaatsen bij laagbouw Bij laagbouw zijn er grofweg twee scenario’s te onderscheiden. 1. Er is geen of nauwelijks tuin en daarom is het onmogelijk om een vrijstaande mast te plaatsen: In dat geval blijft alleen montage op het dak of aan de gevel over.
De antenne kan in dat geval aan een schoor steen of aan de gevel worden gemonteerd. Er kunnen afspraken worden gemaakt over materiaalgebruik, sterkte, verwijdering bij verhuizen en verzekering.
Zolang de antenne installatie niet meer dan 5 meter bo- ven het dak uitsteekt is geen omgevingsvergunning van de gemeente nodig. 2. Er is wel een tuin waar een mast in past: De corporatie kan voorschrijven dat er een mast geplaatst wordt zodat wordt voorkomen dat er antennes op het dak of aan de gevel worden gemonteerd.
Een belangrijke voorwaarde is wel dat er voldoende ruimte in de tuin is om alle benodigde werkzaamheden te verrichten voor het plaatsen en gebruiken van de mast. Denk hierbij aan het experimenteren met antennes waarbij de mast op de één of andere manier benaderbaar moet zijn.
Dat kan bijvoorbeeld door middel van een uitlierbare en kantelbare mast. Een dergelijke mast is doorgaans 18 á 20 meter hoog en daarvoor moet de radiozendamateur bij de gemeente een omgevingsvergunning aanvragen. Antenne – installatie plaatsen bij hoogbouw Ook hier zijn er twee scenario’s: 1. De radiozendamateur woont op de bovenste verdieping: Er kan een mastje aan de muur of aan het balkon worden gemonteerd.
Als die mast niet meer dan vijf meter boven het dak uitsteekt, is er geen omgevingsvergunning van de gemeente nodig. Een andere mogelijkheid is het plaatsen van een mastje op het dak.
Als bevestigingspunt kan een liftgebouw of luchtkanaal gebruikt worde , ook kan er een ‘non penetrating mount’ op het dak geplaatst worden. Deze oplossing wordt steeds vaker toegepast (ook door professionals) omdat bij plaatsing van zo’n ’mount’ de antenne vanaf straatniveau niet of nauwelijks zichtbaar is en omdat er op geen enkele wijze geboord en/of geschroefd hoeft te worden in de con- structie. 2. De radiozendamateur woont niet op de bovenste verdie- ping: In dit geval is het plaatsen van een mast aan gevel of bal- kon veel moeilijker omdat er altijd één of meer bovenge- legen verdiepingen ‘gepasseerd’ moeten worden om bo- ven het dak uit te komen met de antennes.
De enige praktische mogelijkheden zijn dan een mastje op het dak of een ‘non penetrating mount’ op het dak. Conclusie • Radiozendamateurs hebben antennes nodig om hun activiteiten te kunnen ontplooien. • Antennes werken het beste als ze hoog en vrij van obsta- kels worden opgesteld. •
Voor het plaatsen op of aan een gehuurde woning moet een radiozendamateur toestemming hebben van de ver- huurder/eigenaar. • Antenne – installaties van radiozendamateurs zijn voor de gemeente vergunningsvrij tot een maximumhoogte van 5 meter boven het dak of boven de grond. •
Voor een modale vrijstaande mast van 18 á 20 meter is wel een vergunning van de gemeente nodig. • Een woningbouwcorporatie mag regels hanteren voor het gebruik van het verhuurde, maar dit mag nooit leiden tot een totaal antenneverbod.
Dan ontstaat strijd met het recht op vrije meningsuiting en dat weegt zwaar bij be- langenafweging. • Er is jurisprudentie over de afweging tussen het belang van de zendamateur en anderzijds de belangen van om- wonenden. 21 maart 2016 Vragen over dit factsheet kunt u stellen aan mr. drs. Rogier Goes: r.goes@aedes.nl Voetnoten 1. artikel §1.56 van de Internationale Telecommunicatie Unie (ITU) 2. “….de antenne, met antennedrager, gemeten vanaf de voet, of indien deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne, met antennedrager, het dakvlak kruist, niet hoger is dan 5 m” (in bijlage II artikel 2, lid 17 van het Besluit omgevingsrecht is aangegeven wanneer geen omgevingsvergun- ning nodig is voor de bouwactiviteiten.)

Met dank aan Dkars

Copyright © 2017 RFDX All Rights Reserved.